Leerproblemen en hoogbegaafdheid

Over hoogbegaafdheid bestaan behoorlijk wat vooroordelen. Zo bestaat er niet zoiets als dé hoogbegaafde leerling, maar zijn er verschillende subtypen te onderscheiden. Zo vind je onder hoogbegaafde kinderen de succesvolle leerlingen, maar ook de uitdagers (de kinderen die een ‘machtsspel’ aan lijken te gaan met hun docent), de onderduikers (de kinderen die wanhopig proberen om maar ‘normaal’ te zijn en vooral niet op te vallen of uit te blinken), de dropouts (gekwetste en boze kinderen, van wie vaak pas achteraf -op volwassen leeftijd- blijkt dat ze hoogbegaafd zijn) en de leerlingen met leerproblemen. Deze leerproblemen worden, anders dan bij ‘gewone’ kinderen, vaak niet tijdig onderkend of aangepakt: wie hoogbegaafd is, zou immers geen moeite moeten hebben om de leerstof onder de knie te krijgen, wordt er dan gedacht. De afgelopen jaren is er gelukkig meer aandacht gekomen voor de samenhang tussen hoogbegaafdheid en leerproblemen.

Disharmonisch intelligentieprofiel

Veel hoogbegaafde kinderen blijken een disharmonisch intelligentieprofiel te hebben, met uitgesproken sterktes en zwaktes. Zo zijn er leerlingen die vrijwel briljant presteren op het gebied van taalvaardigheden, maar op wiskundig vlak nooit verder komen dan een dikke onvoldoende. Reageert men hierop met onbegrip (“je kan het best, je bent immers zo slim, je moet er gewoon iets meer moeite voor doen”), dan kan het kind gaan twijfelen aan zichzelf en op die manier een negatief zelfbeeld ontwikkelen. Ook het gevaar van een depressie ligt dan op de loer. Meer lezen