Pedagogiekopvoedkunde



Pedagogiek breed uitgelicht!



PDD-NOS: een pervasieve ontwikkelingsstoornis

Wanneer het gaat om autisme en aan autisme verwante stoornissen, hebben mensen al snel een beeld van “Rain man” (film met Tom Cruise en Dustin Hoffman) voor ogen. Autisme bestaat echter uit vele gradaties. Kinderen met PDD-NOS hebben sociale en communicatieve problemen die zeer zeker autistisch aandoen, maar niet “voldoende” om binnen de strikte lijnen van de diagnose autisme te vallen. PDD-NOS valt dan ook binnen de categorie pervasieve ontwikkelingsstoornissen; pervasief betekent “diep doordringend”. Een pervasieve ontwikkelingsstoornis heeft grote invloed op de verschillende ontwikkelingsgebieden van een kind.

Kenmerken van PDD-NOS

Veel kinderen met PDD-NOS zijn al vanaf jongs af aan ‘anders’, ook al heeft de omgeving (inclusief de ouders) in eerste instantie geen idee hóe anders. Kleuters met PDD-NOS bijvoorbeeld laten leeftijdsgenootjes veelal links liggen. Het omgekeerde komt ook voor: zij bemoeien zich wel met het spel van andere kleuters, maar in plaats van mee te spelen, verstoren zij het spel door zeer dwingend hun eigen regels op te leggen. Obsessies met bepaald speelgoed en overgevoeligheid voor bepaalde geuren, geluiden of aanrakingen komen eveneens voor. Wordt het kind eenmaal ouder, dan zal het steeds verder buiten de boot vallen. Het niet weten hoe sociaal te reageren, hun ouwelijke spreektrant en hun dwangmatig perfectionisme maken dat andere kinderen hen maar rare vogels vinden. Vaak is dit het moment waarop ouders zich realiseren dat hun kind weleens een ontwikkelingsstoornis zou kunnen hebben.

Wat te doen bij vermoeden PDD-NOS

Wanneer de leerkracht en/of de ouders vermoeden dat een kind PDD-NOS heeft, wordt er onderzoek gedaan om een duidelijke diagnose te kunnen stellen. Het onderzoek bestaat vaak uit meerdere observaties, tests en een gedragsvragenlijst. Ook vindt er een intakegesprek met de ouders plaats. De uiteindelijke onderzoeken en tests worden verricht door een psycholoog en/of een orthopedagoog. Wanneer blijkt dat het kind inderdaad voldoet aan de criteria van de DSM IV, is de diagnose PDD-NOS een feit.

Na de diagnose

Hoewel het uiteraard een grote schok is als je kind inderdaad PDD-NOS blijkt te hebben, ervaren veel ouders de diagnose ook als een opluchting. Eindelijk weten ze wat er met hun kind aan de hand is! Aan de hand van de diagnose kan een verder behandelplan opgesteld worden, zoals bijvoorbeeld speciaal onderwijs of extra begeleiding. Ook aan de gezinsstructuur zal vaak het nodige moeten veranderen: PDD-NOS is niet te genezen, en kinderen met PDD-NOS hebben in de regel een behoorlijke gebruiksaanwijzing. Samen aan de slag gaan en het kind structuur en veiligheid te bieden, kan de situatie thuis én op school echter behoorlijk verbeteren.

Geplaatst in: Orthopedagogiek

Tags - Pedagogiek: , , , ,