ODD: Opstandig, Dwars en Driftig

Als je een kind hebt met ODD, heb je het absoluut niet gemakkelijk. Niet alleen zal je vaak moeten opboksen tegen vooroordelen vanuit de omgeving (“je moet dat kind gewoon eens wat strenger aanpakken, als je ‘m niet laat weten wie er de baas is groeit ‘ie straks op voor galg en rad”) maar ook je spruit haalt je geregeld het bloed onder de nagels vandaan. Kinderen met ODD zijn extreem moeilijk in de opvoeding, vaak ongehoorzaam en in verzet, maken ruzie, lappen (huis)regels aan hun laars en hebben een kort lontje, hoewel het in de regel niet tot fysieke excessen komt. Verder hebben zij problemen in de sociale omgang: niet alleen met volwassenen, maar ook met leeftijdsgenoten. Enige flexibiliteit is hen vreemd: kinderen met ODD kunnen zeer koppig, gepikeerd en zelfs wraakzuchtig zijn. Ga daar maar aan staan als ouder zijnde!

Het verschil tussen ODD en een opstandige fase

Uiteraard zijn álle kinderen weleens opstandig, tegendraads en onverzettelijk. Dit varieert van “NEE!” en “stomme rotpapa!” in de peuterpuberteit tot hartgrondige haat en mokkend stilzwijgen tijdens de puberjaren. Pas als een kind langere tijd zeer veel ruzie zoekt, niet in staat is tot stabiele sociale contacten en om het minste of geringste uit zijn/haar stekker gaat, kán er sprake zijn van ODD. Dit is het moment om de hulp in te roepen van een orthopedagoog. Deze zal onderzoek verrichten om erachter te komen of er wel of niet sprake is van ODD. Blijkt het kind inderdaad ODD te hebben, dan zal vervolgens een behandelplan worden opgesteld. Deze behandeling kan zowel training en begeleiding alsook medicatie omvatten. Hoe eerder hulp wordt ingeschakeld, hoe groter het risico wordt op ernstige leer- en gedragsproblemen, het misbruik van middelen zoals alcohol en drugs, depressie en voortijdige schoolverlating.