Klinische pedagogiek

Een klinisch pedagoog houdt zich bezig met menselijke gedragingen. Klinische pedagogiek en psychologie hebben dan ook behoorlijk veel raakvlakken. Binnen de klinische pedagogiek richt je je voornamelijk op kinderen en jongeren met opvoedingsproblemen, zodat ook zij de kans krijgen hun ontwikkelingsmogelijkheden te vergroten. Een dankbaar beroep dus, dat veel van je vergt maar ook veel voldoening geeft! Wil je klinisch pedagoog worden, dan is het wel belangrijk dat je van nature over enkele vaardigheden beschikt.

 Competenties

Een klinisch pedagoog heeft een belangrijke taak op het gebied van de verbetering van opvoedingssituaties. Je hebt niet alleen inzicht in menselijke gedragingen, maar ook in hun invloed daarvan op hun omgeving. Wanneer je aan het werk bent, richt je je niet alleen op het kind, maar ook op de sociale omgeving: opvoeders, leraren, andere gezinsleden en hulpverleners. Een sterk analytisch vermogen en goede communicatieve vaardigheden zijn hierbij een must. Ook moet je zowel zelfstandig als in teamverband kunnen werken. Door een nauwsluitende samenwerking wordt immers voorkomen dat kinderen ‘dubbelop’ geholpen worden en daardoor verdwalen in een struweel van hulpverlenerstrajecten.

Werkterrein van de klinisch pedagoog

Na het voltooien van de opleiding kan je als klinisch pedagoog op diverse terreinen aan de slag. Wil je liever niet voor een instelling werken, dan kan bijvoorbeeld een bureau voor opvoedingsondersteuning oprichten. Door het aanbieden van laagdrempelige hulp aan ouders die even niet meer weten hoe zij verder moeten met de opvoeding van hun kind(eren), kan je op die manier voorkomen dat in een later stadium grotere problemen ontstaan.