Jongeren en drugsgebruik

Drugsgebruik is, ook onder jongeren, een groeiend probleem. Van alle 14-jarigen heeft zo’n 3% weleens drugs gebruikt, bij 18-jarigen stijgt dit percentage tot maar liefst 40%. Veel van deze “gebruikers” zijn begonnen onder groepsdruk: vriendjes of vriendinnetjes experimenteren weleens met drugs en sporen de jongere in kwestie aan om dit vooral ook eens te proberen. Zeker bij pubers geldt: ‘er bij horen’ is van levensbelang, dus wanneer er in de directe omgeving van de jongere gebruikt wordt, is de kans groot dat hij/zij voor de verleiding bezwijkt. Ook psychische problemen, zoals depressie, kan jongeren ontvankelijk maken voor drugsgebruik. Natuurlijk zit niet vrijwel iedere experimenterende puber direct aan de speed of de coke: in veel gevallen zal de ‘schade’ beperkt blijven tot het roken van een jointje. Deze zogenoemde softdrugs leiden niet tot lichamelijke afhankelijkheid, maar de gebruiker kan er wel psychisch afhankelijk van worden. Bij regelmatig gebruik kunnen geheugen- en concentratieproblemen optreden.

Jongeren en harddrugs

Het gebruik van harddrugs brengt grote risico’s met zich mee. Té grote risico’s, vindt de Nederlandse overheid, en daarom zijn dergelijkse drugs wettelijk verboden. Bezitten, verkopen, verhandelen of produceren van harddrugs is strafbaar en kan leiden tot (hoge) boetes of zelfs gevangenisstraf. Dit weerhoudt jongeren er echter niet van om toch ‘eens een keertje’ te experimenteren met cocaïne, XTC, amfetamine of zelfs heroïne. Juist in de periode dat de hersenen nog niet volgroeid zijn, kan het gebruik van harddrugs echter desastreuze gevolgen hebben: hersenbeschadiging, schizofrenie, hallucinaties, verslavingsproblematiek of het risico van een (dodelijke) overdosis. Als je vermoedt dat je kind drugs gebruikt, ga dan het gesprek aan met hem/haar en laat duidelijk weten wat je wel en niet tolereert. Liegt je kind over het gebruik van drugs (“ik drugs gebruiken, hallo, ik ben toch niet achterlijk!”) terwijl de signalen duidelijk wijzen op gebruik (agressie, verwijde pupillen, rode ogen, stemmingswisselingen), laat je dan niet met een kluitje het riet in sturen. Heb je het idee de grip op je kind kwijt te raken, roep dan tijdig hulp in, bijvoorbeeld opvoedingsondersteuning.