Forensische pedagogiek

Werk je op het terrein van de forensische pedagogiek, dan staat niet het gezin maar de maatschappij centraal. ‘Forensisch’ betekent dan ook: met betrekking tot rechtszaken. Als forensisch pedagoog moet je sterk in je schoenen staan: binnen je werk krijg je te maken met jeugdcriminaliteit, drugsgebruik, kinderhandel en ernstige gedragsproblematiek. Verder hou je de ontwikkelingen op het gebied van preventie en interventie nauwlettend in de gaten. Je weet wat er nu speelt, maar ook hoe de situatie enkele jaren geleden was en wat de aanpak van toentertijd heeft opgeleverd. Is dat niet afdoende, dan onderzoek je nieuwe mogelijkheden. Het is dan ook belangrijk dat je beschikt over een scherp analytisch inzicht.

Afwisselend en verantwoordelijk werk

Aan iedere gerechtelijke zaak zitten twee kanten: die van de dader(s) en die van de slachtoffer(s). Als forensisch pedagoog hou je je niet alleen bezig met de slachtoffers, maar ook met de daders van bijvoorbeeld kindermishandeling of -misbruik. Zo zal je bijvoorbeeld een inschatting moeten maken van het risico dat een dader van een gewelds- of seksueel misdrijf jegens kinderen opnieuw in de fout gaat. Ook is het belangrijk dat je informatie, afkomstig uit verhoren, juist weet te interpreteren en te beoordelen op betrouwbaarheid. De manier van verhoren is hierbij van groot belang. Mensen zijn en blijven immers mensen, en de werking van het geheugen, onze eigen achtergrond, suggestieve verklaringen en de mogelijkheid van valse herinneringen kunnen ons parten spelen. Het is de taak van de forensisch pedagoog om feiten van fictie te onderscheiden.