Cito-toets rekenen in groep 6

Zit jouw kind in groep 6? Dan maakt het dit jaar twee keer een cito-toets voor rekenen. Deze cito-toetsen maken deel uit van het leerlingvolgsysteem en zijn erg belangrijk. De scores wegen namelijk mee met het schooladvies in groep 8 en hebben dus direct invloed op het vervolgonderwijs.
Naast de cito-toets rekenen in groep 6 tellen ook de cito-toetsen voor begrijpend lezen, spelling en woordenschat mee, vanaf groep 6 tot en met in groep 8.
Een goede voorbereiding op deze cito-toets voor rekenen kan dus geen kwaad. In dit artikel zetten we uiteen welke onderdelen er in de cito-toets rekenen groep 6 aan bod komen.

Optellen en aftrekken

Leerlingen in groep 6 leren optellen en aftrekken over de honderd en tot ver in de duizendtallen. Moeiteloos moeten ze dus getallen kunnen optrekken en aftrekken. De meeste verhalen op de cito-toets rekenen komen in de vorm van verhaaltjessommen (ook wel redactiesommen genoemd). Een voorbeeld van een optel- en aftreksom zijn bijvoorbeeld:
Meneer Janssen heeft € 23.000 op de bank. Hij koopt een bank voor € 1.500. Hoeveel euro houdt meneer Janssen over?
Paul heeft dit jaar al 17.200 km gereden met de vrachtwagen. Volgende week rijdt hij naar Spanje en terug, in totaal 2.400 km. Hoeveel km heeft hij dan dit jaar gereden?

Breuken

Ook leren kinderen in groep 6 rekenen met breuken. Deze sommen komen vaak voor in de vorm van taartpunten en pizza’s. Leerlingen in groep 6 leren breuken door een deel van het geheel te zien, maar ook door breuken op te tellen en af te trekken. Wederom geldt dat deze sommen vaak in de vorm van een verhaaltje worden gevraagd aan kinderen. Je kan denken aan de volgende opgaven:
Oma bakt een taart en geeft 1/3 aan Kimberley. Hoeveel houdt ze over?
Jelmer heeft 1/4 pizza, Kasper heeft 1/4 pizza en Martijn heeft 1/4 pizza. Hoeveel pizza hebben zij samen?

Delen en vermenigvuldigen

Delen en vermenigvuldigen worden steeds complexer. Leerlingen in groep 6 leren nog geen trucjes als cijferen, maar gaan daar wel langzaam op af. Het kolomsgewijs rekenen neemt in groep 6 nog een zeer belangrijke plaats in. Het betekent in feite dat kinderen een deelsom of een keersom stuk voor stuk oplossen en niet in één keer. Dit is belangrijk, want op die manier behouden leerlingen wel het getalbegrip. Met andere woorden: ze weten dan meer wat ze doen.
Voorbeelden van een som die kolomsgewijs wordt opgelost:
13 x 42 = eerst 10 x 42 = 420 en daar 3 x 42 = 126 bij optellen, maakt 546. De som wordt in wezen gesplitst en in losse delen bij elkaar opgeteld.

Rekenen met tijd, geld en maten

Ook tijd, geld en maten komen in groep 6 ruimschoots aan bod. Leerlingen maken nu meer het onderscheid tussen analoge en digitale tijden en zetten dus bijvoorbeeld half 5 om naar 16:30 én 4:30. Ook leren ze treintijden aflezen en bepalen ze hoeveel tijd ze nog hebben als de trein om 18:02 vertrekt en het nu vier uur ’s middags is.
Geld speelt een rol, omdat leerlingen nu met geld leren rekenen. Ze rekenen hierbij tot achter de komma en kunnen dus ook tot 100 cent rekenen.
Oppervlakte is de belangrijkste maat die in groep 6 wordt aangeleerd, nadat leerlingen bekend raken met omtrek. Hier worden nog veel fouten in gemaakt. Sommen die kinderen kunnen krijgen gaan vaak over tuintjes en pleintjes met een lengte van 4 en een breedte van 6.

Conclusie

Er is veel werk aan de winkel voor leerlingen in groep 6. In korte tijd moeten zij vrij veel onderdelen van het rekenonderwijs eigen zien te maken, ter voorbereiding op de belangrijke cito-toets voor rekenen in groep 6.