VMBO-advies? Welke Cito-score past bij welke VMBO-richting?

Voor ouders met kinderen in groep 8 kan er nog veel onduidelijkheid heersen over het schooladvies. Dit schooladvies wordt door de leerkracht gegeven en geeft aan naar welk type vervolgonderwijs de leerling kan. Hoewel het vaak duidelijk is wat havo en vwo inhoudt, is het niet altijd duidelijk wat VMBO nu precies behelst. Het VMBO kan eigenlijk onderverdeeld worden in drie andere niveaus, subniveaus als het ware. Welk van deze niveaus je krijgt is afhankelijk van onder meer de Cito-toetsen volgens het leerlingvolgsysteem. In dit artikel geven we daarover meer uitleg. Meer lezen

Cito-toets rekenen in groep 6

Zit jouw kind in groep 6? Dan maakt het dit jaar twee keer een cito-toets voor rekenen. Deze cito-toetsen maken deel uit van het leerlingvolgsysteem en zijn erg belangrijk. De scores wegen namelijk mee met het schooladvies in groep 8 en hebben dus direct invloed op het vervolgonderwijs.
Naast de cito-toets rekenen in groep 6 tellen ook de cito-toetsen voor begrijpend lezen, spelling en woordenschat mee, vanaf groep 6 tot en met in groep 8.
Een goede voorbereiding op deze cito-toets voor rekenen kan dus geen kwaad. In dit artikel zetten we uiteen welke onderdelen er in de cito-toets rekenen groep 6 aan bod komen. Meer lezen

Kindermishandeling

“Kinderen die niet willen, die krijgen op hun billen!” De corrigerende tik; wie is er niet groot mee geworden? Zeker de oudere generaties weten niet beter dan dat ongehoorzaam gedrag, gekrijs of oeverloos door blijven zeuren uiteindelijk leidde tot een pak voor de broek, soms zelfs met de riem, slipper of mattenklopper. Ook op scholen waren lijfstraffen voor ongehoorzame kinderen gemeengoed: dan kreeg je van juf of meester een tik op de vingers met de plak, het Spaanse rietje of een liniaal. Tegenwoordig is fysiek geweld jegens kinderen absoluut not done en zelfs bij wet strafbaar gesteld. Toch zijn er, naast fysiek molest, nog andere vormen van kindermishandeling. Psychische mishandeling bijvoorbeeld.

Psychische mishandeling

Bij psychische mishandeling krijgt een kind geen blauwe plekken op het lichaam, maar op de ziel. Voorbeelden van psychische mishandeling zijn herhaaldelijk verbale agressie, zoals bedreigingen en opmerkingen als: “Ik wou dat je nooit geboren was!” Ook kleineren is een vorm van psychische mishandeling (“Jij bent zo dom, jij bent nergens goed voor,” of “Wat ben je toch lelijk, ik schaam me om naast je te lopen.”) Meer lezen

Leerproblemen en hoogbegaafdheid

Over hoogbegaafdheid bestaan behoorlijk wat vooroordelen. Zo bestaat er niet zoiets als dé hoogbegaafde leerling, maar zijn er verschillende subtypen te onderscheiden. Zo vind je onder hoogbegaafde kinderen de succesvolle leerlingen, maar ook de uitdagers (de kinderen die een ‘machtsspel’ aan lijken te gaan met hun docent), de onderduikers (de kinderen die wanhopig proberen om maar ‘normaal’ te zijn en vooral niet op te vallen of uit te blinken), de dropouts (gekwetste en boze kinderen, van wie vaak pas achteraf -op volwassen leeftijd- blijkt dat ze hoogbegaafd zijn) en de leerlingen met leerproblemen. Deze leerproblemen worden, anders dan bij ‘gewone’ kinderen, vaak niet tijdig onderkend of aangepakt: wie hoogbegaafd is, zou immers geen moeite moeten hebben om de leerstof onder de knie te krijgen, wordt er dan gedacht. De afgelopen jaren is er gelukkig meer aandacht gekomen voor de samenhang tussen hoogbegaafdheid en leerproblemen.

Disharmonisch intelligentieprofiel

Veel hoogbegaafde kinderen blijken een disharmonisch intelligentieprofiel te hebben, met uitgesproken sterktes en zwaktes. Zo zijn er leerlingen die vrijwel briljant presteren op het gebied van taalvaardigheden, maar op wiskundig vlak nooit verder komen dan een dikke onvoldoende. Reageert men hierop met onbegrip (“je kan het best, je bent immers zo slim, je moet er gewoon iets meer moeite voor doen”), dan kan het kind gaan twijfelen aan zichzelf en op die manier een negatief zelfbeeld ontwikkelen. Ook het gevaar van een depressie ligt dan op de loer. Meer lezen

Overlijden van een ouder

Het overlijden van een ouder is een van de meest ingrijpende gebeurtenissen waar een kind mee te maken kan krijgen. De gevolgen van het overlijden zijn dan ook, ook op lange termijn, zeer groot. Wanneer het overlijden onverwachts is (een ongeval, een hartaanval) en niet vooraf wordt gegaan door een ziekte- en sterfproces, kan het kind langere tijd zeer angstig zijn om ook de andere ouder te verliezen. Bij jongere kinderen bestaat het gevaar dat zij het overlijden op zichzelf projecteren: zij denken dan het overlijden veroorzaakt te hebben door bijv. boos te zijn geweest op pappa of mamma, of door ongehoorzaam gedrag. Na het overlijden van een ouder kunnen kinderen zeer uiteenlopend gedrag vertonen: ontwikkeling van een depressie, maar ook bedplassen, opstandigheid, eet- of slaapproblemen en angststoornissen komen voor. Oudere kinderen kunnen ontwijkend gedrag vertonen; in plaats van hun gevoelens te uiten, blokkeren en ontkennen zij hun verdriet. Vaak ziet de achtergebleven ouder dat het kind zich terugtrekt van het gezin en in plaats daarvan zoveel mogelijk ‘normaal’ met leeftijdsgenoten optrekt. Dit lijkt wellicht begrijpelijk of zelfs gezond gedrag, maar op den duur kan de verliesverwerking geblokkeerd raken en ontstaat er gedrags- of emotionele problematiek. Ook andere excessen, zoals drugsgebruik, kunnen zich voordoen. Meer lezen

Jongeren en drugsgebruik

Drugsgebruik is, ook onder jongeren, een groeiend probleem. Van alle 14-jarigen heeft zo’n 3% weleens drugs gebruikt, bij 18-jarigen stijgt dit percentage tot maar liefst 40%. Veel van deze “gebruikers” zijn begonnen onder groepsdruk: vriendjes of vriendinnetjes experimenteren weleens met drugs en sporen de jongere in kwestie aan om dit vooral ook eens te proberen. Zeker bij pubers geldt: ‘er bij horen’ is van levensbelang, dus wanneer er in de directe omgeving van de jongere gebruikt wordt, is de kans groot dat hij/zij voor de verleiding bezwijkt. Ook psychische problemen, zoals depressie, kan jongeren ontvankelijk maken voor drugsgebruik. Natuurlijk zit niet vrijwel iedere experimenterende puber direct aan de speed of de coke: in veel gevallen zal de ‘schade’ beperkt blijven tot het roken van een jointje. Deze zogenoemde softdrugs leiden niet tot lichamelijke afhankelijkheid, maar de gebruiker kan er wel psychisch afhankelijk van worden. Bij regelmatig gebruik kunnen geheugen- en concentratieproblemen optreden. Meer lezen

Kinderen en jeugdcriminaliteit

Wanneer je als ouder met je kersverse kindje bij het consultatiebureau op de stoep staat, heb je voor de toekomst nog allerlei dromen, idealen, wensen en verlangens. Uiteraard hoop je dat je kind zich voorspoedig zal ontwikkelen tot een verstandige en aimabele volwassene. In de daaropvolgende jaren krijg je er weleens nog wat toekomstdromen bij: dan hoop je dat je enthousiast meeklussende zoon later je timmermansbedrijf overneemt, je altijd-met-de-buurkindjes-in-de-weer-zijnde dochter voor de klas komt te staan en je oh zo voorlijke spruit na het doorlopen van de universiteit een prachtbaan krijgt als advocaat, arts of archeoloog. Blijkt je kind zich echter te ontpoppen als crimineeltje in de dop, dan krijg je het als ouders zwaar voor je kiezen. Meer lezen

Kinderen en echtscheiding

Volgens sommige klinisch pedagogen, is het verwerken van een echtscheiding voor kinderen één van de moeilijkste dingen die er is. Relatief veel kinderen krijgen last van stress en/of depressies, met alle gevolgen van dien: terugtrekken, opstandig gedrag en ongehoorzaamheid, slechte(re) schoolprestaties, frequenter verzuim, spijbelen en zelfs vandalisme of misbruik van verdovende middelen. Dit betekent uiteraard niet dat ouders die gaan scheiden, per definitie slechte ouders zijn. Wel is het duidelijk dat kinderen die te maken krijgen met een echtscheiding, goed voorbereid en begeleid dienen te worden. Dit begint al vóór de definitieve scheiding: maak een kind niet wijs dat ‘alles goed komt’ wanneer de kans groot is dat jullie gaan scheiden, en leg uit dat het feit dat pappa en mama niet meer van elkaar houden, niet betekent dat het kind ook heeft afgedaan. Hoe moeilijk het ook kan zijn (zeker in het geval van de zgn. vechtscheiding), probeer om tegenover het kind niet teveel met modder te gooien inzake de ex-partner. Ook al zijn jullie uit elkaar, voor het kind blijft de ander nog altijd zijn/haar vader of moeder. Meer lezen

Als je kind een pestkop is

Als je als ouder te horen krijgt dat jouw kind andere kinderen pest, dan schrik je waarschijnlijk behoorlijk. Je eerste reactie zal wellicht verdedigend zijn: “Mijn kind doet zoiets niet!” Helaas: je ogen sluiten voor problemen, heeft nog nooit een probleem opgelost. Als je signalen ontvangt dat jouw kind andere kinderen pest, is het belangrijk deze signalen serieus te nemen en niet weg te wuiven met opmerkingen als:

• Het gepeste kind vraagt er nu eenmaal een beetje om, hij of zij is immers best afwijkend van de rest;

• Mijn kind bedoelt het niet zo, waarschijnlijk is het eerder plagen dan pesten;

• Ach, zo zijn kinderen nou eenmaal, iedereen pest weleens en iedereen wordt weleens gepest.

Pesten is een serieus probleem, dat het leven van de gepeste behoorlijk kan vergallen. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat vrijwel iedere school speciale programma’s en protocollen heeft opgesteld om pesten te weren. Ook als ouder speel je hierin een belangrijke rol. Meer lezen

Opvoedingsondersteuningsprogramma

Als ouder hoef je gelukkig niet iedere keer zelf het wiel uit te vinden. Kom je vraagstukken tegen in de opvoeding van je kind(eren), dan helpt het vaak al om eens met goede vrienden of familie rond de tafel te gaan. Hoe zouden andere ouders dit probleem ervaren? Hebben zij zelf weleens met dit bijltje gehakt? Wat hebben zij gedaan om het probleem op te lossen? Hielp dat? Sociale steun -in welke vorm dan ook- is voor veel ouders erg belangrijk. Toch kunnen er situaties zijn waarin informele opvoedingsondersteuning (dus steun vanuit het netwerk van vrienden en familie) niet afdoende is. Voor al deze momenten is er speciale, formele opvoedingsondersteuning binnen handbereik. Deze opvoedingsondersteuning wordt uitgevoerd door diverse voorzieningen, zoals de huisarts, het consultatiebureau of bureau Jeugdzorg. Bij deze instanties kunnen ouders hulp en advies krijgen bij de opvoeding van hun kind(eren). Meer lezen