Pedagogiekopvoedkunde



Pedagogiek breed uitgelicht!



Opleiding pedagogiek algemeen

“It takes a village to raise a child” is een gezegde van Afrikaanse bodem. Kinderen opvoeden doe je als ouder zijnde dus niet alleen, maar in samenspraak met de gehele omgeving. Als pedagogisch medewerker speel je hierin een belangrijke rol. Tijdens en na de opleiding staan diverse opvoedkundige kwesties centraal, zoals de sociale omgeving van een kind, de omgang met diverse leer- en opvoedingsproblemen en ingrijpende gezinssituaties, zoals een echtscheiding of het overlijden van één van de ouders. Je leert hoe je niet alleen het kind, maar vooral ook de andere betrokkenen bij de opvoeding (ouders, leerkrachten, grootouders) moet begeleiden en ondersteunen.

Sociale pedagogiek (SPH)

De opleiding tot sociaal-pedagogisch hulpverlener (SPH) is binnen de pedagogiek wellicht een beetje een vreemde eend in de bijt. De opleiding SPH richt zich immers, in tegenstelling tot andere opleidingen binnen de pedagogiek, niet uitsluitend op opvoeding en kinderen: als sociaal pedagogisch hulpverlener kan je er ook voor kiezen om te werken met bijvoorbeeld gehandicapten, ouderen of verslaafden. Een ander verschil is dat de overige pedagogische richtlijnen voornamelijk gericht zijn op preventie: de medewerker pedagogiek is er voor kinderen met wie het -naar verhouding althans- relatief “goed” gaat. Als sociaal pedagogisch hulpverlener krijg je in de regel te maken met ‘zwaardere’ gevallen. Toch is het werk allesbehalve kommer en kwel: juist het werken voor en met kwetsbare mensen geeft veel sociaal-pedagogisch hulpverleners de voldoening die je nu eenmaal in je werk hoopt te vinden. Dit gezegd hebbende, is het niet meer dan logisch dat je voor deze opleiding sterk in je schoenen moet staan.

Onderwijspedagogiek

In de afgelopen decennia is ons onderwijs, maar ook en vooral onze visie daarop, aan behoorlijk wat veranderingen onderhevig geweest. Waar school “vroeger” voornamelijk een instituut was waar je leerde lezen, schrijven en rekenen, wordt het huidige onderwijs gezien ook gezien als verlengstuk van de opvoeding. Hoe voorkom je dat leerlingen voortijdig afhaken? Hoe kan je als school zijnde kinderen klaarstomen voor de maatschappij? Hoe zorg je voor een leerklimaat waarbinnen kinderen zich veilig voelen? Wat kan je doen aan pesterijen binnen de school? Als ook jij graag deelneemt aan dergelijke discussies, dan is de onderwijspedagogiek misschien wel echt iets voor jou. Binnen deze opleiding leer je constructief bijdragen aan onderwijsvernieuwing: door te analyseren, te ondersteunen, te beoordelen en te adviseren.

Klinische pedagogiek

Een klinisch pedagoog houdt zich bezig met menselijke gedragingen. Klinische pedagogiek en psychologie hebben dan ook behoorlijk veel raakvlakken. Binnen de klinische pedagogiek richt je je voornamelijk op kinderen en jongeren met opvoedingsproblemen, zodat ook zij de kans krijgen hun ontwikkelingsmogelijkheden te vergroten. Een dankbaar beroep dus, dat veel van je vergt maar ook veel voldoening geeft! Wil je klinisch pedagoog worden, dan is het wel belangrijk dat je van nature over enkele vaardigheden beschikt.

Gezinspedagogiek

Het gezin is, volgens velen, de hoeksteen van de samenleving. Maar aan diezelfde steen kunnen mensen zich soms behoorlijk hard stoten. Een echtscheiding, ouders die zelf in hun jeugd zijn verwaarloosd, mishandeld en/of misbruikt, de komst van een (stief)broertje of zusje, samengestelde gezinnen, gedragsprolemen bij kinderen of jongeren.. Ook (of misschien zelfs: juist) binnen het gezin kan de spanning soms behoorlijk hoog oplopen. Als gezinspedagoog hou je je bezig met de ontwikkeling van kinderen binnen gezinnen. Verder kan je aan de slag binnen de kinderopvang hoewel dit geen gezin is, is de opvang toch een plaats waar veel kinderen een groot gedeelte van hun (vroege) jeugd mee te maken krijgen. Als er binnen het gezin of de opvang problemen ontstaan, is het aan de gezinspedagoog om deze problemen in kaart te brengen, in de kiem te smoren of op te lossen. Een hele verantwoordelijkheid!

Forensische pedagogiek

Werk je op het terrein van de forensische pedagogiek, dan staat niet het gezin maar de maatschappij centraal. ‘Forensisch’ betekent dan ook: met betrekking tot rechtszaken. Als forensisch pedagoog moet je sterk in je schoenen staan: binnen je werk krijg je te maken met jeugdcriminaliteit, drugsgebruik, kinderhandel en ernstige gedragsproblematiek. Verder hou je de ontwikkelingen op het gebied van preventie en interventie nauwlettend in de gaten. Je weet wat er nu speelt, maar ook hoe de situatie enkele jaren geleden was en wat de aanpak van toentertijd heeft opgeleverd. Is dat niet afdoende, dan onderzoek je nieuwe mogelijkheden. Het is dan ook belangrijk dat je beschikt over een scherp analytisch inzicht.

Orthopedagogiek

Vraag aan een zwangere vrouw of ze liever een jongetje of een meisje wil, en het antwoord zal in de meeste gevallen luiden: “Maakt me niet uit, als het maar gezond is!” Toch zijn er heel veel kinderen waar ‘iets mis is’, zodat ze vroeg of laat extra aandacht en/of zorg nodig blijken te hebben. Als je werkt als orthopedagoog, dan staan met name kinderen met ontwikkelingsstoornissen centraal. Je krijgt bijvoorbeeld te maken met kinderen die, ondanks een vermeende goede intelligentie, met een taal- of leesachterstand  kampen. Is er hier wellicht sprake van dyslexie? Of is er méér aan de hand? Als orthopedagoog leer je ontwikkelingsstoornissen observeren en herkennen. Je doet onderzoek om te achterhalen wat er aan de hand is, overlegt met andere hulpverleners en stelt -veelal in overleg- een behandelplan op. Veel geduld, een goede luistervaardigheid, een uitstekend inlevingsvermogen en dito communicatieve vaardigheden zijn dan ook belangrijke competenties voor eenieder die aan de slag wil als orthopedagoog.